Kleur is zeg maar echt mijn ding maar oranje niet. Misschien komt het door de fluo-oranje Volkswagen Golf waarin mijn vader een tijdlang rondreed toen ik een jaar of acht was. Ik schaamde me dood. Ik hield ook niet van de knaloranje Afrikaantjes die ik toen in veel tuinen zag. Ze stonken ook.


Oranje is een aanwezige kleur. In de woorden van de kunstenaar Kandinsky: ‘Oranje is als een man, overtuigd van zijn kracht.’ In termen van kernkwadranten zit dat overheersende en extraverte precies in mijn allergie. 

Wassily Kandinsky – Orange (1923), Museum of Modern Art, New York / Public domain (WikiArt.org)

De kleur oranje had lang geen naam. Natuurlijk bestond hij gewoon maar hij werd door de westerse mens niet gezien als een aparte kleur. Dat wat wij nu oranje noemen werd rood of geel of geelrood genoemd. Vanaf de 15e eeuw werd de sinaasappel steeds meer ingevoerd vanuit China. Parallel met zijn opmars nestelde ‘oranje’ zich als kleurconcept in de hoofden van de Europeanen. Daarom is in veel talen de naam van de kleur hetzelfde als die van de vrucht: ‘orange’ in het Engels en Frans, ‘naranja’ in het Spaans.


Jaren geleden begon mijn weerstand tegen oranje af te brokkelen. Ik weet nog precies wanneer. Namelijk toen ik mijn favoriete Britse TV-tuinman Monty Don vol vuur hoorde vertellen over Geum ‘Marmalade’.

Monty Don is (onder andere) de presentator van ‘Gardeners’ World’, het langstlopende en meest toonaangevende Britse TV-programma over tuinieren. Nu vertelt Monty overal vol vuur over. Vooral over zelf compost maken. Maar dus ook over deze oranje Geum.

Geum is de Latijnse naam voor nagelkruid. In Nederland vind je op veel plekken in het wild ‘Geum urbanum’ met kleine, gele bloemen die wel wat op boterbloemen lijken. Op veel minder plekken de zeer zeldzame ‘Geum rivale’ met ‘knikkende’ ofwel hangende oranjerode bloemen. Door jarenlang selecteren en kruisen met Geumsoorten van over de hele wereld hebben kwekers veel varianten voor in de tuin ontwikkeld: met grote(re) bloemen, een lage of juist een hogere groeiwijze en verschillende tinten rood, geel en oranje.

Geum ‘Marmalade’

Geum ‘Marmalade’, waar Monty Don dus zo enthousiast over was, heeft grote knikkende oranje bloemen en mooie donkerrode stengels en kelkbladen.

Toen ik research deed voor deze blog kwam ik erachter dat hij minder fel oranje is dan ik me herinnerde. Hij is wat ‘rokerig’, zoals Hans Kramer van de bekende kwekerij De Hessenhof het mooi omschrijft. Een andere oranje geum is Geum Coccineum ‘Borisii’. Die is meer oranjerood. Geum ‘Prinses Juliana’ is wat intenser oranje. Geum ‘Totally Tangerine’ benadert het meest de kleur van mijn vaders Golfje.


Dankzij Monty’s verhaal ben ik in de loop van de tijd de charme van oranje bloemen gaan inzien. Zoals van Oost-Indische kers (Tropaeolum majus), oranje havikskruid (Hieracium aurantiacum), goudsbloem (Calendula officinalis) en natuurlijk van het onvolprezen slaapmutsje (Escholzia californica). In de Vlinderhof, waar ik vrijwilligerswerk doe, maakte ik kennis met de knaloranje bloemschermen van de Amerikaanse zijdeplant (Asclepia tuberosa), prachtig!


En die stinkende afrikaantjes? Tja. Ze werken goed tegen aaltjes en ander ongedierte. Dat is ook wat waard. En vele jaren en diverse auto’s verder rijdt mijn vader nu in keurige ‘parelmoerblauwe’ Seat Altea.

Edit 11 september 2020: gisteren heb ik bolletjes gekocht van Crocus ‘Orange Monarch’. En ja, op de verpakking lijken ze inderdaad diep oranje, een unieke kleur voor krokussen want die zijn er tot nu toe alleen in (tinten van) geel, paars/lila en wit. Maar Google leerde me dat ze waarschijnlijk ‘gewoon’ donkergeel zijn. Ik plant ze in mijn tuin en kom er in het voorjaar op terug!
Edit 7 maart 2021: lees over mijn bevindingen bij het krokus-experiment in Het echte oranje.

Categorieën: Blog

0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *