In Teylers Museum (sowieso erg de moeite waard!) hangt sinds 2013 een geweldig schilderij. Een vrouw met een witte blouse en een strooien hoed baadt in een zee van Oost-Indische kers. Het heet ‘De tuin’ en het is geschilderd door de Nederlandse schrijver en schilder Jacobus van Looy (1855-1930).

Jacobus van Looy – De tuin (1893)
Teylers Museum Haarlem

Het is niet gek dat ‘De tuin’ me deed denken aan Monet – vooral aan zijn beroemde ‘Klaprozen’.

Claude Monet – Coquelicots (Klaprozen) (1873)
Musée d’Orsay / Public domain (Wikimedia Commons)

Van Looy schilderde ‘De tuin’ in de zomer van 1893 in de buitenlucht. Niet in Frankrijk maar gewoon in zijn achtertuin in De Pijp in Amsterdam. Maar wél vlak nadat hij een tijdje in Parijs was geweest, indertijd de hotspot van het impressionisme. Van Looy moet hierdoor beïnvloed zijn want ‘De tuin’ wordt ook wel ‘het meest impressionistische schilderij van Nederland’ genoemd.

Van Looy was niet de enige kunstenaar die zo rond 1900 begeistert was door Oost-Indische kers. De bloem komt op veel meer schilderijen uit die tijd voor. Onder andere van Gauguin en Redon.

Paul Gauguin – Vase aux capucines et faïence de Quimper (1886)
National Gallery of Canada / Public domain (Wikimedia Commons)
Odilon Redon – Nasturtium (1905)
Yale University Art Gallery / Public domain (Wikimedia Commons)

En natuurlijk van Franse impressionisten (die sowieso gek waren op bloemen en tuinen) waaronder Monet himself. Hij omzoomde de ‘grande allée’ (het centrale toegangspad) van zijn beroemde tuin in Giverny met Oost-Indische kers. In de late zomer verdwijnt het brede pad grotendeels onder een tapijt van zachtgroene bladeren en fel oranje (en soms een paar verdwaalde gele) bloemen.

De ‘grande allée’ in Monets tuin in Giverny in de late zomer, foto https://www.bonniejomanion.com/

Kunsthistoricus Floor de Graaf schreef een interessant boek over tuinschilderijen. Zij denkt dat Oost-Indische kers zo’n populair onderwerp was omdat het met zijn ronde bladeren en intense kleuren decoratief is, omdat het makkelijk te telen is, lang bloeit en nuttig is omdat het luizen en rupsen aantrekt die dan andere planten in de moestuin met rust laten. Een voordeel dat ze niet noemt is het feit dat Oost-Indische kers eetbaar is. De rauwe bladeren en bloemen smaken pittig en de zaden kun je inleggen in het zuur en smaken dan als kappertjes. Maar ik weet natuurlijk niet of Van Looy, Gaugin en Redon c.s. hun objecten verorberden als ze klaar waren of gewoon trek hadden na al dat geschilder.

Even terug nog naar Van Looy en zijn achtertuin in De Pijp. Je vindt zijn impressie hiervan ook op een verrassende plek op een verrassende manier. Namelijk op de 10e verdieping van een kantoorgebouw in Den Haag waar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gevestigd. Tijdens een renovatie ontwierp Architectenbureau HofmanDujardin 30 vloerpatronen op basis van klassieke Nederlandse schilderijen, waaronder De tuin. Zo baden ook de ambtenaren in een zee van Oost-Indische kers.

Vloerontwerp voor ministerie van SZW door HofmanDujardin

Lees meer over mijn verhouding tot oranje bloemen (waaronder Oost-Indische kers) in mijn blog Oranje boven.

Categorieën: Blog

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *