Een van mijn allereerste blogs ging over mijn enigszins moeizame verhouding met oranje. Het kan verkeren want 23 blogs later heb ik nog nooit geschreven over roze (alltime favoriet van romantische zielen en veel tuiniers) maar wel over Oost-Indische kers en over oranje krokussen. Ook nu ben ik weer gegrepen door een oranje bloem: Asclepias tuberosa, de Amerikaanse zijdeplant, die deze tijd van het jaar volop de aandacht trekt van bezoekers van de Vlinderhof.

Asclepias tuberosa komt van nature voor op graslanden in het oosten van Noord-Amerika. Het is dus een echte prairieplant die houdt van zon. Aan de behaarde stengels en bladeren zie je dat hij goed bestand is tegen droogte. Hij bloeit van juni tot september. Soms gebruikt Piet Oudolf in zijn ontwerpen een roze variant maar in de Vlinderhof vind je de ‘klassieke’ Asclepias tuberosa met prachtige mandarijnkleurige bloemschermen.

De intense kleur van Asclepias tuberosa is niet geschikt voor tuiniers die van een ingetogen kleurenpalet houden. Als je hem wilt combineren met andere bloemen kun je het contrast opzoeken of meer de harmonie. In de Vlinderhof heeft Oudolf het eerste gedaan met onder andere paarse kranssalie (Salvia verticillata ‘Purple Rain’) en lilablauwe ooievaarsbek (Geranium ‘Rozanne’) en het tweede met lichtgeel duizendblad (Achillea ‘Moonshine’). 

De Nederlandse naam ‘zijdeplant’ verwijst naar de puntige, rechtopstaande zaaddozen. Als ze rijp zijn barsten ze open en worden de zaden aan zijdeachtige parachuutjes meegevoerd met de wind. Een intrigerend gezicht. Ook dat past in de filosofie van Oudolf: dat de plant niet alleen decoratief en interessant is als hij bloeit maar ook daarna.

De zijdeplant is geliefd bij Noord-Amerikaanse tuin- en natuurliefhebbers want het is de enige voedselplant voor de rupsen van de iconische monarchvlinder. Die vlinders zijn op hun beurt als enige diersoort ongevoelig voor de gifstoffen in het melkachtige sap van de plant. Bovendien zorgt het giftige dieet ervoor dat de rupsen en vlinders zelf ook giftig worden en daarmee oneetbaar voor potentiële vijanden. In de Vlinderhof zien we dat Asclepias vooral druk wordt bezocht door hommels. Op een zonnige zaterdagochtend telden we 16 aardhommels tegelijk op één plant! 

Ook in Nederland zijn er vlinders en bijen die afhankelijk zijn van één soort of plantenfamilie. Bijvoorbeeld het oranjetipje kan niet zonder pinksterbloemen en diens familieleden en de klokjesbij niet zonder (inderdaad) klokjes. De aardhommels die zich tegoed deden in de Vlinderhof zijn echter weinig kieskeurig en kunnen een breed scala van plantensoorten benutten, dus ook exoten zoals de zijdeplant. Ook ik ben (als het om kleur gaat) dus ruimdenkender ik dacht. Gelukkig maar want het kan onverwachte nieuwe liefdes opleveren. Zoals de liefde voor oranje. Althans, voor oranje bloemen 😉

Deze blog is een bewerking van een nieuwsbericht dat ik eerder schreef voor de website van de Vlinderhof. Alle foto’s, inclusief de omslagfoto, komen uit de beeldbank van de Vlinderhof.

Grappig: mijn oranje krokussen, waarover ik dus al eerder blogde, zijn genoemd naar die Monarchvlinder die zo’n unieke relatie heeft met de Amerikaanse zijdeplant. Lees meer in Het echte oranje.

Ook leuk (vind ik dan :-)): volgens een toonaangevende historische kleurenwaaier zijn de vleugels van het Oranjetipje de perfecte natuurlijke vindplaats van de kleur sapgroen. Meer in mijn blog Geluk zit in een kleurenwaaier.

Categorieën: Blog