Het is weer primulatijd. Eerlijk gezegd houd ik niet erg van de ‘standaard’ primula’s (Primula acaulis is de Latijnse naam) die je bijvoorbeeld ook bij de supermarkt vindt. Ik vind ze te doorgekweekt: de planten te plomp en de bloemen te schreeuwerig.


Nee, doe mij maar de lichtgele ‘gewone’, stengelloze sleutelbloem (Primula vulgaris), de heel wat bescheidener oervorm van de supermarktprimula. Hij heeft mooie dotjes lichtgele bloemetjes met een donkergeel hartje.

Primula vulgaris


En dan de gulden sleutelbloem (Primula veris). De elegante, losse trosjes warmgele kelkjes groeien aan stengels van 15 tot 30 centimeter. In mijn tuin heb ik hem gecombineerd met paars wildemanskruid (Pulsatilla vulgaris). Omdat het paars contrasteert en het geel van stamper en meeldraden verbindt met de sleutelbloem. 

Stengelloze en gulden sleutelbloem zijn allebei in het wild bedreigd maar goed verkrijgbaar bij kwekers en de betere tuincentra.



Een primulasoort waaraan ten opzichte van de wilde vorm dan weer wel flink is gesleuteld door kwekers zijn de zogeheten aurikels (Primula auricula). De voorouders van de aurikel groeien in het hooggebergte. De Oostenrijkers zijn trots op het plantje en daarom staat het afgebeeld op hun muntje van 5 eurocent.


De aurikel is een liefhebbersplantje dat je vooral op gespecialiseerde beurzen en markten vindt. Het kweken was lang een rage bij de aristocratie en de rijke burgerij, vooral in de Victoriaanse tijd. Dankzij toewijding, onderlinge competitie en omdat aurikels makkelijk met elkaar kruisen, ontstond een verbluffende variatie aan kleuren en variëteiten. Van helder geel, rood en blauw tot diep paars en aubergine en zelfs zwart en grijs (maar altijd met een geel hartje), met twee ringen, met meerdere ringen, gestreept, dubbelbloemig, gepoederd. Die laatste categorie heeft een laagje wit of lichtgeel poeder ofwel ‘farina’ (‘meel’) op de (bloem)bladeren. Van oorsprong was dit bedoeld om de plant te beschermen tegen de extreme weersomstandigheden in de bergen maar in de loop van de tijd werd het een kenmerk van exclusiviteit.


Aurikels worden vooral gekweekt voor shows en wedstrijden. In Engeland is de National Auricula and Primula Society (opgericht in 1872) nog altijd heel actief en in Amerika bloeit The American Primrose Society. Het is gebruikelijk om aurikels op te stellen in rustieke terracotta potjes in een zogeheten ‘aurikeltheater’, een houten stellage van verschillende verdiepingen. Zo komen de bloemen goed tot hun recht en kun je ze van dichtbij bekijken.

Fascinerend, de vormen en soms bizarre kleuren van de aurikels en het streven naar perfectie. Maar ik ga toch liever voor natuurlijk. Zo’n verwilderd veldje is voor mij het perfecte theater voor mijn favoriete primula’s.

Veldje met narcissen, anemonen en primula vulgaris




Categorieën: Blog

0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *