Na Black Friday en Dress Red Day was het afgelopen vrijdag Paarse Vrijdag, de actiedag van de Gender & Sexuality Alliance op de tweede vrijdag van december. Hij nodigt jongeren uit om die dag in paarse kleding naar school te gaan als teken van solidariteit met medescholieren die homo, biseksueel, lesbisch of transgender zijn. Een prachtig initiatief, en helaas nog altijd urgent gezien de recente homofobe uitspraken van onderwijsminister Slob.

In de regenboogvlag staat paars voor karakter. Als goed katholiek meisje associeer ik paars en december met nog heel wat anders, namelijk met de advent. In de liturgie, de regels die voorschrijven hoe kerkdiensten worden gevierd, is paars de kleur van boete en inkeer. Ik herinner de paarse kazuifel (mouwloze mantel) van de pastoor en de paarse bloemstukken in de kerk. Niet alleen in de vier weken voor Kerstmis trouwens, maar ook de vastentijd voor Pasen.

Paars ofwel purper is van oudsher een kleur met een bijzondere status die werd geassocieerd met het ‘hogere’, macht en weelde. Dat komt doordat het winnen van paarse verfstof vroeger een extreem arbeidsintensief en duur procédé was. Smerig ook. Zo werd het zogeheten ‘Tyrisch purper’, de kleur van de toga’s van Romeinse keizers, gemaakt door sap uit de klieren van zeeslakken 10 dagen te laten gisten met urine. Voor 30 gram kleurstof waren maarliefst 250.000 slakken nodig. Paarse kleding was dus alleen voorbehouden aan de allerrijksten.

Voorbeelden van geverfde stoffen en de bijbeborende zeeslakken in het Kunsthistorisch Museum in Wenen
U.Name.Me, CC BY-SA 4.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0, via Wikimedia Commons

De grote ommekeer, ook voor die arme slakken, kwam in 1856. Toen ontdekte de scheikundige William Perkin per toeval hoe je uit koolteer (een olieachtig zwart bijproduct van gasverlichting) een paarse kleurstof kunt maken. Al snel volgden op basis van zijn recept duizenden andere kleuren. Dat betekende de democratisering van kleur, en dus ook van paars. Nu iedereen er goedkoop aan kon komen verloor het zijn bijzondere positie.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat dieppaarse en purperen bloemen nog altijd iets geheimzinnigs hebben. Violet, dat minder rood en meer blauwig is, is rustig en koel en laat zich makkelijk combineren met andere kleuren. Door het jaar heen zijn de vele tinten paars populair bij tuiniers. Van krokussen, oosterse anemonen en vroegbloeiende irissen in het vroegste voorjaar via allium en sering naar salvia, lavendel, ridderspoor, campanula, dropplant en vlinderstruik in de zomer.

In het najaar zorgen wolken van lila herfstasters voor spektakel in de tuin. Zeker in combinatie met blonde siergrassen en roodbruin verkleurende bladeren, zoals in de Vlinderhof. Het warme strijklicht van de herst maakt de kleuren nog intenser.

De Vinderhof in oktober. Op de achtergrond aster (Aster ‘Little Carlow’), op de voorgrond ruwe smele (Descampsia ‘Goldtau’).

Maar nu, in december, valt er buiten weinig te beleven op paarsgebied. Zelfs Geranium ‘Rozanne’, die ik in veel tuinen stug zag doorbloeien zelfs tot na de eerste vorst, heeft het opgegeven.

Gelukkig is er nog mijn grote paarse winterheld: Callicarpa (officieel Callicarpa bodinieri ‘Profusion’), ofwel schoonvrucht ofwel paarsebesjesplant. Het grootste deel van het jaar is het een weinig opvallende struik. De bladeren zijn non-distinct donkergroen en de roze-lila bloei in juni springt amper in het oog. Maar in de herfst, als het blad is afgevallen, is het tussen al het bruin in de tuin ineens een magische blikvanger met zijn vele trosjes van dicht opeengepakte glanzende paarse besjes.

Soms wordt beweerd dat vogels dol zijn op die besjes en de struik in korte tijd kunnen kaalpikken. Maar ik las ook dat ze zo bitter zijn dat ze ze niet lusten. Dat laatste lijkt te kloppen voor de Callicarpa’s in mijn buurt die ik bewonder tijdens mijn hondenuitlaatrondjes want die staan nog volop met hun bessen te pronken. Zo is geheel in de geest van advent en de naderende kerst niet alleen de vrijdag paars maar iedere dag van de week.

Categorieën: Blog