Deze tijd van het jaar heb ik behoefte aan vuur. Het zal wel iets instinctiefs zijn, het verlangen naar de oervorm van licht, warmte en veiligheid. Vuur heeft ook veel culturele en spirituele betekenissen, zoals bezieling en levenskracht maar ook vernietiging. Met vuur en knallen ofwel vuurwerk verjagen we met Oud & Nieuw de boze geesten. Dit jaar is er het vuurwerkverbod. Ik ben er blij mee maar eigenlijk kunnen we juist nu wel wat hulp gebruiken bij het verjagen van die boze geesten.

In de tuin is er op dit moment weinig vurigs te vinden. De sierappeltjes houden dapper stand maar zijn niet meer zo helderrood als in de herfst. De rozenbottels raken zo langzaamaan verschrompeld. En de bessen van de Gelderse roos worden steeds slijmeriger. (Lees meer over bessen en bottels in mijn blogs Shinen op Dress Red Day en Chemie van de herfst.) De bessen van vuurdoorn en hulst zouden nog eyecatchers kunnen zijn maar die zie ik maar weinig in de tuinen in mijn Vinexwijk. (Trouwens ook niet in die van mij.)

Hulst (Ilex)

In de zomer en vooral in de nazomer, de overgang naar de herfst, is het heel anders. Alsof Moeder Natuur het zo heeft bedacht bloeien dan allerlei planten met warme tinten, die door de lage zon nog eens extra stralen.

Toch zijn veel Nederlandse tuiniers wat voorzichtig. Als ze al vurige kleuren tolereren in hun tuin dan blussen ze die vaak af met ‘veilige’ zachte tinten of veel groen. In Engeland hebben ze meer lef. Daar zie je vaker zogeheten ‘hot borders’, die uitsluitend bestaan uit planten die bloeien in rood, oranje en geel. Hoe knallender, hoe beter. Lichter geel of oranje, siergrassen en donker blad lijmen de kleurblokken als het ware aan elkaar en her en der een toef paars of lila zorgt voor contrast en diepte.

Hot garden bij Rosemoor Castle in Engeland, foto Royal Horticultural Society

Kwekers van nieuwe cultivars van tuinplanten kiezen graag namen die tot de verbeelding spreken en bij rode, oranje en gele bloemen ligt de associatie met vuur(werk) voor de hand. Dahlia ‘Firecracker’ en ‘Firepot’, Gladiolus ‘Fire Frizzle’, Hemerocallis (daglelie) ‘Fire Torch’ en Helenium (zonnekruid) ‘Ring of Fire’ zijn maar een paar van de vele voorbeelden.

Een vaste waarde in veel hot borders heeft ook een mooie licht ontvlambare naam: Crocosmia ‘Lucifer’. De rode bloemen lijken op tropische vogels op een takje. En er is natuurlijk de Kniphofia, ofwel de vuurpijl of fakellelie. Die heeft daadwerkelijk de vorm van een vuurpijl.

Er is ook een plant die echt vuurwerkplant heet: Dictamnus albus. Die past dan weer niet in een hot border want de bloemen zijn roze of wit met lange meeldraden en donkere aderen. Mooi. Maar echt bijzonder is dat de plant veel etherische olie bevat. Al die minuscule oliedruppeltjes werken als prisma’s, waardoor bij warm en droog weer spontaan kleine vlammetjes kunnen ontstaan. De olie verdampt ook en de gaswolk die daardoor rond de plant hangt kun je in brand steken zonder dat hij beschadigd raakt. Tot slot geeft een brandende lucifer bij een gedroogde stengel een knetterend vuurwerk. Dat past vast binnen de F1-categorie, samen met sterretjes en knalerwten.

Helaas heb ik geen gedroogde vuurwerkplantstengels in mijn schuur. Wel vonden we er nog een zak hout voor de vuurkorf. Dus met Oud & Nieuw maken we ons eigen vuur in de tuin en gooien we daar (symbolisch) alles in wat we willen achterlaten in 2020. Marshmallows maken het ritueel compleet.

Update 1 januari: Ons aanmaakhout bleek te vochtig om er vuur mee te maken. Zo ging 2020 als een nachtkaars uit. Wat eigenlijk ook wel passend is. Op naar een hartverwarmend en kleurrijk 2021!

Categorieƫn: Blog