Gisteren was het Blue Monday, ‘deprimaandag’, volgens een bepaalde (semi-)wetenschappelijke formule de dag waarop mensen zich het meest neerslachtig voelen. Om verschillende redenen een discutabele claim. Toch besteden de media er ieder jaar veel aandacht aan. (Al heb ik de indruk dat het dit jaar minder was. Misschien omdat we met z’n allen tegenwoordig al gedeprimeerd genoeg zijn?)

Eigenlijk betekent ‘blue monday’ dat iets maar een korte periode duurt. Dat sluit aan bij de Nederlandse ‘blauwe maandag’. Er zijn verschillende hypothesen over de oorsprong van die uitdrukking. Een ervan is de lakenindustrie, de productie van donkergekleurde stevige wollen stoffen die in Nederland heel wat eeuwen floreerde.

De Staalmeesters, vertegenwoordigers van het lakengilde die de kwaliteit en kleur van aangeboden stoffen controleerden
Rembrandt, Public domain, via Wikimedia Commons

Dat zit zo. Indigo, de belangrijkste blauwe kleurstof voor textiel, wordt tegenwoordig meestal chemisch geproduceerd maar werd vroeger gewonnen uit bladeren en takken van planten. Het blauwe pigment dat dat oplevert wordt gemengd met een afbijtmiddel (‘loog’), bijvoorbeeld soda of urine. De stof wordt in de groenig gele vloeistof geweekt en daarna te drogen gehangen. Door de inwerking van zuurstof kleurt hij dan via groen naar een steeds dieper, niet oplosbaar blauw.

Arbeiders aan het werk in een grote kuip indigo, foto BlueRootsOfficial.nl

In Nederland werd het inweekproces vroeger op zaterdagmiddag gestart. Op maandagochtend werden de stoffen te drogen gehangen. Daardoor hadden de ververs die dag ‘verplicht’ vrij. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de ‘blauwe maandag’.

Er zijn zo’n 30 verschillende plantensoorten die de kleurstof indigo leveren. Het mooiste blauw komt van Indigo tinctoris, de ‘echte’ indigoplant. In onze koele streken kun je die niet kweken, althans niet zo dat je er goede indigo uit kunt winnen.

Wel geschikt voor het Europse klimaat is wede, Isatis tinctoria, ook wel ‘pastel’ genoemd, familie van de mosterdplant. Hij werd eeuwenlang op grote schaal gekweekt als verfplant, maar geeft een minder heldere en sterke kleur dan indigo. Wede heeft gele bloemen, wordt ongeveer 90 centimeter hoog en is een goede waardplant voor vlinders als het oranjetipje en het groot koolwitje. Je ziet hem vaak in (historische) kruidentuinen.

Een ander familielid is Baptisia ofwel valse indigo of indigolupine. Bij het grote publiek is Baptisia nog vrij onbekend maar onder fervente tuiniers heeft hij de afgelopen jaren een flinke opmars gemaakt. Hij heeft grijzig groene blaadjes en mooie vlinderachtige bloemen. Die lijken op lupine maar zijn veel minder stijfjes.

Het duurt even voor Baptisia aanslaat maar als hij het eenmaal naar zijn zin heeft in je tuin groeit en bloeit hij als een tierelier. De oorspronkelijke vorm bloeit paarsblauw maar dankzij kwekers van sterke, lang levende vaste planten zoals Hans Kramer van de Hessenhof komen er steeds meer kleuren beschikbaar.

Baptisia is ook een favoriet van Piet Oudolf. Niet alleen vanwege de bloemen maar ook vanwege het luchtige silhouet en de dikke, gezwollen zaadpeulen. In mijn geliefde Vlinderhof vind je dan ook 3 soorten Baptisia’s. ‘Carolina Moonlight’ heeft zachtgele en ‘Purple Smoke’ rokerig paars-purperen bloemen. De witte bloemen van Baptisia alba contrasteren mooi met de diep donkergroene, bijna zwarte stengels.

Ik was van plan om mijn Blue Monday letterlijk blauw te verven en daarover te bloggen. Mijn indigo startpakket stond al klaar. In plaats daarvan hield ik me bezig met klankgroepenwoorden, verhaaltjessommen en nieuwsbegrip. Ironisch genoeg heb ik juist tijdens deze lockdown geen tijd om ‘blue’ te zijn.

Lees meer over blauw in mijn blog ‘Magisch blauw’.

Categorie├źn: Blog